Nari is 13. Ze woont in de woestijn, in het noorden van Jordanië, vlak bij de grens met haar thuisland Syrië. In een kamp met tenten van doeken, zeilen en dekens, geschonken door mensen die wat verder wonen. Nari kan lezen en schrijven. Ze is intelligent en leert snel, maar gaat niet naar school. Al meer dan een jaar niet. Nari is één van de 12 miljoen Syriërs die op de vlucht zijn.

Meer dan de helft daarvan zijn kinderen: 7,6 miljoen. 5,6 miljoen binnen Syrië zelf, 2 miljoen in één van de buurlanden, Noord-Afrika, Europa of elders. Het conflict maakt hen bijzonder kwetsbaar. Naar schatting 12.000 kinderen hebben het oorlogsgeweld van de voorbije vier jaren niet overleefd.

De oorlog heeft een zware impact op het leven van de kinderen: dagelijks lopen ze reëel gevaar, worden ze blootgesteld aan extreem geweld of verliezen ze vrienden of familie. De psychische gevolgen zijn heftig. In Syrië zelf leven miljoenen kinderen in moeilijk bereikbare dorpen, steden of afgelegen gebieden. Velen zitten geklemd tussen de strijdende partijen en kunnen geen kant op. De prijs die ze betalen is vaak hoog: honger, kinderarbeid, misbruik en uitbuiting komen steeds vaker voor. Na vier jaar oorlog, en zonder een einde in zicht, wordt de kans op een verloren en getraumatiseerde generatie steeds groter.

Vóór de oorlog gingen bijna alle Syrische kinderen naar school. Vier jaar later is er geen land ter wereld waar er minder kinderen naar school gaan. De scholen die nog overeind staan liggen in de vuurlinie. De levens van de kinderen en de leerkrachten zijn elke dag in gevaar. Stress maakt het leren moeilijk. Scholen worden ingenomen door vluchtelingen, beschoten, gebruikt voor militaire doeleinden of gebombardeerd. Honderden leerkrachten lieten het leven. In de buurlanden zijn de problemen van een andere orde maar even benard: op de massale toestroom van vluchtelingen waren de lokale scholen niet voorzien. Minstens de helft van de kinderen gaat al jaren niet meer naar school. De kinderen die wel een school gevonden hebben, staan voor grote uitdagingen: bovenop de persoonlijke oorlogservaring maken vreemde curricula, een andere taal, hoge transportkosten en pesterijen het schoolgaan nog moeilijker.

Caritas wil de volgende drie jaar 8700 Syrische kinderen terug naar school sturen in Libanon en Jordanië, hen daarbij begeleiden, voor concrete psychosociale steun zorgen en hun familie bijstaan. Dit in samenwerking met lokale partners en autoriteiten. Bovendien in combinatie met extra initiatieven om de sociale spanningen die de voorbije jaren gegroeid zijn tussen de vluchtelingen en de lokale gemeenschappen zo veel mogelijk te ontmijnen.