Tien jaar geleden verscheen Laudato Si’, de encycliek waarin paus Franciscus de ecologische crisis expliciet verbond met sociale ongelijkheid en morele verantwoordelijkheid. Datzelfde jaar werd afgesloten met het Klimaatakkoord van Parijs. Wat is, tien jaar later, de betekenis van die encycliek voor het klimaatdebat? Daarover gaan we in gesprek met Hans Bruyninckx, voormalig directeur van het Europees Milieuagentschap en professor internationaal milieubeleid aan UAntwerpen. En passant werpen we hem enkele citaten uit de encycliek voor de voeten.

 

Hoe kijkt u terug op Laudato Si’ in de context van de internationale klimaatpolitiek?

Via Laudato Si’ heeft de Kerk een zekere morele dimensie ingebracht in het klimaatdebat, de encycliek is om die reden regelmatig aangehaald in de jaren na publicatie. Tegelijk moeten we het gewicht van de Kerk in de klimaatonderhandelingen niet overschatten. Het Vaticaan is pas lid geworden van het UNFCCC (de United Nations Framework Convention on Climate Change) in 2022 - zeven jaar na de publicatie van Laudato Si’. Als soevereine staat had het Vaticaan sneller internationale milieuakkoorden kunnen ratificeren.

Voor mij zit de echte scherpte van Laudato Si’ in de kritiek op ons economisch en maatschappelijk model. De encycliek is bijzonder kritisch voor een systeem dat onrechtvaardig is tegenover de huidige generatie, maar ook tegenover toekomstige generaties.

We moeten daadwerkelijk erom bekommerd zijn dat andere levende wezens niet onverantwoord behandeld worden. Maar we zouden ons vooral moeten ergeren aan de enorme ongelijkheden die bestaan tussen ons. Want we blijven verdragen dat sommigen zich waardiger achten dan anderen.
Laudato Si’, 90

 

Paus Franciscus benadrukte sterk dat vooral de armen en uitgestotenen lijden onder klimaatverandering. Welke hefbomen hebben wij in het Globale Noorden om daar iets aan te veranderen?

Die uitspraak, van een religieus leider, is normatief, maar je mag ook stellen dat zij empirisch onderbouwd is. We weten dat we de Sustainable Development Goals nooit zullen halen als we ongelijkheid en de noodzaak van herverdeling niet durven benoemen.

Als we een duurzame planeet willen – en dat gaat over klimaat, biodiversiteit én grondstoffengebruik – dan hebben we ook een meer rechtvaardige planeet nodig. Welvaart en welzijn zijn niet hetzelfde. Wij kunnen in het Globale Noorden inzetten op die ontkoppeling: meer welzijn creëren met minder grondstoffen, minder energie en minder vervuiling. Europa heeft dankzij beleid stappen in die richting gezet en speelt daarin wel degelijk een voortrekkersrol. Tegelijk blijft onze voetafdruk veel groter dan wat je ons eerlijke aarde-aandeel zou kunnen noemen.

Daarnaast is er solidariteit via onze consumptie keuzes en via steun aan mensen die slachtoffer zijn van klimaat- en biodiversiteitsverlies. Ik neem aan dat dit binnen de Kerk ook concreet vorm krijgt.

 

Tien jaar later klinkt regelmatig de boodschap dat technologie het probleem zal oplossen. Hoe kijkt u daarnaar?

Er is vandaag veel technologie beschikbaar die kan bijdragen aan oplossingen, zowel voor klimaat als voor biodiversiteit en ecosystemen. Maar technologie alleen zal het niet doen. Er zijn ook maatschappelijke veranderingen nodig, andere vormen van governance en duidelijke ethische keuzes.

Het financiële systeem is daar een goed voorbeeld van. Vaak wordt gezegd dat er niet genoeg geld is om oplossingen op schaal uit te rollen. Maar wie met mensen uit de top van de financiële wereld spreekt, weet dat dat niet klopt. Het probleem is niet de beschikbaarheid van kapitaal, maar de richting waarin het stroomt. Dat is een normatieve keuze.

Menselijke waardigheid, gezondheid, armoedebestrijding, zijn bovendien nauw verbonden met klimaatverandering. De klimaatcrisis is ook een gezondheidscrisis. Het één kan niet meer zonder het ander.

 

Christiana Figueres, Costa Ricaanse en één van de architecten van het akkoord van Parijs, stelt dat het Globale Zuiden een nieuwe motor kan worden van de klimaattransitie. Deelt u die visie?

Ontwikkeling in het Zuiden en bij armere bevolkingsgroepen is essentieel, en idealiter gebeurt die ontwikkeling meteen op een duurzame manier. Dat gaat niet alleen over energie, maar ook over stedenbouw, mobiliteit, materiaalgebruik… Afrika zal bijvoorbeeld een sterke bevolkings- en economische groei kennen. Hoe die wordt vormgegeven is cruciaal.

Leiderschap vind je overal. Er zijn sterke stemmen in het Zuiden die terecht wijzen op de fundamentele ongelijkheid in het klimaatprobleem, maar we mogen ook de ogen niet sluiten voor corruptie en mensenrechtenschendingen. Het “nobele Zuiden tegenover het slechte Noorden” is een simplificatie waar ik niet in meega. Leiderschap bestaat ook buiten de politiek, bijvoorbeeld in de private sector, ook in het Globale Zuiden.

In bepaalde kringen beweert men dat de huidige economie en technologie alle milieuproblemen zullen oplossen. Eveneens stelt men dat de mondiale problemen van honger en miserie door de economische groei zullen opgelost worden.
Laudato Si’, 109.

 

Krijgen thema’s zoals biodiversiteit, circulaire economie en consumptiepatronen voldoende aandacht?

We moeten vooral kijken naar de grote systemen die onze welvaart en ons welzijn dragen: energie, voedsel, woningen en mobiliteit. Geen enkel van die systemen blijft vandaag binnen de planetaire grenzen. Ze moeten dus op systeemniveau aangepast worden, met investeringen, normen, beleid en kennis.

Het publieke debat wordt gepolariseerd: in de ene hoek zetten we groei en technologie, in de andere soberheid en degrowth. Dat getuigt van intellectuele armoede. Ik bedank ervoor om mee te doen aan die polarisatie. In de plaats pleit ik voor empirie. Er is meer dan genoeg bewijs dat we het met een stuk minder input kunnen doen, en dat we de output van ons economisch maatschappelijk model kunnen richten op meer welzijn en meer rechtvaardige verdeling.

 

Heeft onze overconsumptie ook te maken met een verlies aan zingeving?

We zijn geëvolueerd van 'je pense donc je suis' naar 'je dépense donc je suis'. En dé-penser betekent niet alleen consumeren, maar ook ophouden met denken.

Als klimaatuitdagingen, biodiversiteitsverlies en armoede geen ethische en normatieve kwesties zijn, wat zijn ze dan wel? We leggen vandaag de verkoop van allerlei zaken beleidsmatig aan banden, maar in overconsumptie grijpen we niet in. We laten toe dat de diesel- of sportwagenlobby het beleid beïnvloedt, terwijl we ook andere keuzes kunnen maken.

Ook social media dienen om een bepaald consumptiemodel in de markt te zetten. We maken ons in Vlaanderen vrolijk dat we investeerders naar hier halen om nog dezelfde dag pakjes te laten leveren. Dat levert een paar honderd jobs op; ik ben blij voor de mensen die werk gaan vinden. Maar of dat een grote meerwaarde is, daar kan je vragen bij stellen.

 

Tot slot: hoe kunnen we hoopvol blijven in tijden van klimaatcrisis?

Optimisme is geen luxe: optimisten leven langer, dat is onderzocht. Maar naïef optimisme helpt niet. Ik verwijs graag naar Jean Monnet, die zei: I am neither optimistic nor pessimistic, I am determined. Volharding is voor mij de juiste houding.

Als wetenschapper kan ik niet ontkennen dat we na 35 jaar klimaatonderhandelingen nog altijd meer uitstoten. Tegelijk zijn er doorbraken in technologie, financiën, hernieuwbare energie, woonvormen, voedingspatronen… Landen in ontwikkeling die meteen de sprong maken naar nieuwe technologieën – daarvoor doen we het.

Ik heb het privilege om persoonlijk optimistisch te kunnen zijn. Veel mensen hebben dat niet. Klimaatangst is reëel en begrijpelijk, maar ze helpt ons niet vooruit. Ik probeer daarom professioneel realistisch te zijn en persoonlijk optimistisch en volhardend. Dat is geen ontkenning van de ernst, maar een manier om een aangenaam persoon te blijven in het leven van elke dag.

 

Bedankt voor dit gesprek.

 

BroederlijkDelen logoNEW FullColorWeb 160px logocaritas 110px Caritas int be cmyk 110px Afbeelding7 orbit2 paxchristi present logo 110 180228 LogoWZS 120px wzz logo vzw 200px